Roept de titel van dit artikel vragen bij je op? Mooi, dan zit je in de juiste leermodus. Vragen stellen is namelijk een van de meest effectieve leerstrategieën zo blijkt uit een overzichtsstudie. Het is ook het uitgangspunt van onderzoekend leren, een opkomende leervorm in het onderwijs. Nu nog vooral als het gaat om bètawetenschap en techniek, maar als het aan mij ligt zou kinderlijke nieuwsgierigheid het startpunt moeten zijn van al ons onderwijs.

Natuurwetenschapper Richard Feynman wandelde vaak met zijn vader in de natuur. Feynman vertelde in interviews vaak over de vele gesprekjes die ze dan voerden. Eén dag had de jonge Richard een kar met een bal erin bij zich. “Waarom rolt de bal steeds naar achteren als de kar gaat rijden?” vroeg hij zijn vader. “Dat is de traagheid.”, antwoordde die. “Wat is dat dan traagheid?”, wilde Richard weten. “De naam die natuurkundigen bedacht hebben voor het feit dat een bal naar achter rolt in een rijdende kar…”, antwoordde zijn vader, “maar waaróm die bal dat doet, daar snappen ze nog steeds niks van.”.

Feynmans vader leerde hem al vroeg dat je vragen moet blijven stellen en geen genoegen moet nemen met klinkklare antwoorden. Je kunt een fenomeen tien namen geven, maar dan weet je nog steeds niet hoe het werkt. En als je weet wat vogel is in tweeëntwintig talen, kun je een marsmannetje nog steeds niet uitleggen wat voor beest het is.

Smart
Iedereen in het onderwijs die je er naar vraagt, zal het zeker eens zijn met het belang van vragen stellen. Wie juicht het niet toe als een kind nieuwsgierig is: tuurlijk! Dingen willen weten, daar begint het mee: dan kun je iemand wat leren. Toch zijn er maar weinig momenten op een gemiddelde lesdag waarin we echt gebruik maken van die nieuwsgierigheid. Ik daag je uit. Schrijf het eens op. Gewoon turven, na elke activiteit. Hebben de leerlingen vragen gesteld uit eigen interesse? Hebben ze zelf gezocht naar een antwoord of oplossing? Heb je met ze stil gestaan bij waarom iets zo is en hoe het precies werkt? Het blijkt vaak lastiger dan je denkt. Sterker nog: in veel gevallen komt het eigenlijk niet zo handig uit, al die vragen als je snel iets wilt uitleggen.

De nieuwe generatie
Toch is een onderzoekende houding steeds belangrijker. Op de eerste plaats omdat we mensen nodig hebben die niet alleen de nieuwste smartphone willen hebben, maar die ook willen weten hoe hij werkt. En uiteindelijk hebben we natuurlijk mensen nodig die een hele nieuwe generatie van smartphones kunnen bedenken en maken. Ook los van de groeiende behoefte aan technici en informatici vraagt onze kennisintensieve samenleving, waarin in een rap tempo steeds weer nieuwe kennis bij komt, om mensen met een meer onderzoekende en actievere leerhouding. Feitenkennis is noodzakelijk; steeds belangrijker is te weten waar je feiten kunt vinden, maar het meest waardevol is uiteindelijk dat je kunt beoordelen welke feiten waardevol zijn voor het beantwoorden van jouw vragen.

Kijken we tot slot even niet naar het belang ervan voor de toekomst of de maatschappij, dan wordt uit onderzoek steeds duidelijker dat mensen simpelweg dingen beter onthouden als ze actiever zijn en meer betrokken bij het leerproces. Bovendien sluit onderzoekend leren perfect aan bij de natuurlijke manier van leren van een kind en diens nieuwsgierigheid. De waarom-fase zou dus niet beperkt moeten blijven tot de kleuterleeftijd: we zouden haar moeten koesteren.

Voldoende redenen dus om het eens uit te proberen. Maar hoe kun je dat nu het best aanpakken in je les?

Onderzoekend leren: Hoe doe je dat?
Mensen zijn van nature heel nieuwsgierig. Onderzoekend leren sluit dus eigenlijk heel goed aan bij hoe we in het leven staan. We willen graag weten hoe het zit, hoe iets werkt, of hoe iets afloopt. Als je het als leraar slim aanpakt, maak je dus gebruik van die intrinsieke motivatie. Dat doe je niet door meteen uit te leggen hoe iets werkt, maar door te starten bij de ervaring en dan door te vragen naar de vragen en ideeën die kinderen zelf hebben over het onderwerp.

Onderzoekend leren

Foto: The Open University (OU)

Bij onderzoekend leren is de ervaring heel belangrijk. Door iets met eigen ogen te zien, iets uit te proberen en vaak te herhalen, kun je dingen in verband met elkaar gaan brengen: wat gebeurt er als ik dit doe en waarom? Waarom loopt deze zin niet, of waarom is dit verhaal spannend? Laat de leerlingen vervolgens een patroon ontdekken in wat ze ervaren of waarnemen: wat valt ze op?

Bij een echt onderzoekende houding vraag je je niet alleen af: “Hoe zit dat in elkaar?”. Je denkt ook na over een mogelijk antwoord: “Zou het zo in elkaar kunnen zitten?”. Vervolgens bedenk je een manier om die vraag te beantwoorden. De derde stap is in feite je wantrouwen tegenover je eigen antwoord. Dat leidt namelijk tot het zoeken naar een manier om uit te zoeken of je antwoord ook echt klopt. Als laatste stap kun je dan een (voorlopige) conclusie trekken: “Mijn verwachting klopte”, of: “Blijkbaar werkt het toch anders dan ik dacht!”. Als baby doen we dat proces van vier stappen bijna automatisch. We zien iets, we denken dat het eetbaar is en stoppen het in onze mond om het te controleren. Is het eetbaar dan kauwen we erop en slikken het door, is het niet eetbaar dan spugen we het uit. Heel wetenschappelijk verantwoord!

Niet alleen voor bèta’s in de dop
Natuurlijk lenen vakken als aardrijkskunde en de natuur- en techniekvakken zich het best voor een onderzoekende aanpak. Maar nieuwsgierigheid, je eigen vragen leren stellen en kinderen laten starten bij hun eigen ervaring en wat ze zelf over iets denken, kun je als uitgangspunt nemen bij elk vak. Laat kinderen zelf de stelling van Pythagoras opnieuw uitvinden; vragen in de kantlijn zetten bij wat ze niet snappen in een roman; of door hetzelfde type woorden onder elkaar te schrijven zelf een spellingsregel ontdekken. Een leuk experiment voor de kinderen en voor jezelf.

Print Friendly, PDF & Email