Een aantal weken geleden schreef ik een blog over werkvormen om een toets voor te bereiden. In die blog kwam ook RTTI naar voren. Hier ging ik in deze blog eigenlijk maar kort op in. In deze blog leg ik uitgebreider uit wat RTTI is en wat je er mee kunt!

Tijdens mijn werk als huiswerkbegeleidster maakte ik kennis met RTTI. Het nut ervan ervoer ik bij het begeleiden van een jongen die slecht scoorde op het vak wiskunde. Vooral de verhaaltjes vragen vond hij lastig. Je zou denken dat hij vooral moeite had met het inzicht in de wiskundige sommen. Dit dacht ik ook. Daarom trainde ik er met hem op los om uit het verhaaltje te achterhalen wat hij precies moest doen. Maar zijn resultaten verbeterden niet. Ik maakte een wiskundetoets met alle stof uit het examen. Uit deze toets bleek dat er hiaten zaten in zijn basiskennis van wiskunde. Zo wist hij bijvoorbeeld moeilijk het onderscheid te maken tussen een binomiale en een nominale verdeling. Ah! Het was dus reproductie in plaats van inzicht. Hij moest eerst de basiskennis beheersen, voordat hij kon beginnen aan de verhaaltjes vragen.

Wat is RTTI?

RTTI staat voor Reproductie, Toepassingsgericht 1, Toepassingsgericht 2 en Inzicht. Dit zijn vraagsoorten.

Reproductie vragen toetsen of de leerling bepaalde kennis kan reproduceren. Bijvoorbeeld bij wiskunde: wat is een lineair verband? Of bij Engels: wat is de tegenwoordige tijd?

Toepassingsgericht 1 vragen toetsen of de leerling kennis kan toepassen in situaties die de leerling al geoefend heeft. De vraag, de situatie en de methode zijn allemaal gegeven. De leerling hoeft alleen op het antwoord te komen. Een voorbeeld bij wiskunde is: een lineaire formule opstellen. Bij Engels: geef de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘to walk’

Toepassingsgericht 2 vragen toetsen of de leerling kennis kan toepassen in nieuwe situaties. De vraag en de leerstof zijn gegeven, maar de leerling moet zelf beslissen welke methode hij/zij gaat gebruiken. Bijvoorbeeld een formule opstellen van het wiskundig verband, waarbij de leerling eerst moet nagaan met welk verband hij/zij te maken heeft (lineair, exponentieel, kwadratisch). En een voorbeeld bij Engels: vertaal de volgende zin: Hij loopt op straat. De leerling moet hier zelf bedenken om welke ‘tijd’ het gaat.

Inzicht vragen zijn vragen waarbij de leerling zelf moet achterhalen hoe hij/zij het vraagstuk gaat aanpakken. Alleen de vraag is gegeven, de rest moet de leerling zelf bedenken: om welke leerstof het gaat, wat voor antwoord hij/zij moet geven, met welke methode/stappenplan etc. Een voorbeeld bij wiskunde: “In een vijver leven 300 vissen. Iedere maand sterven er 20 vissen door het slechte onderhoud van de vijver. Na hoeveel maanden is de vijver leeg?” Een voorbeeld bij Engels: “Jantje loopt over straat in Engeland, maar hij weet niet zo goed waar hij heen moet. Hij wil aan iemand op de straat de weg vragen. Wat moet hij vragen aan een voorbijganger?

RTTI toepassen: waar kun je het voor gebruiken?

RTTI kun je gebruiken om:

  1. toetsvragen te maken per vraagsoort.
  2. lesstof te bespreken.
  3. leerdoelen op te stellen.
  4. leerlingen te monitoren op de beheersing van de lesstof.

Er wordt vaak gedacht dat reproductievragen niet nodig zijn. Maar: het opnemen van reproductievragen zorgt ervoor dat leerlingen de basis lesstof goed leren waardoor de T1, T2 en I-vragen ook makkelijker worden.

Wat kun je ermee in de klas?

  1. Bespreek de soorten vragen. Laat leerlingen een oefentoets maken met verschillende vraagsoorten. Zo maken de leerlingen kennis met de verschillende soorten vragen. Geef bijvoorbeeld iedere leerling één paragraaf. Laat ze voor iedere vraagsoort een vraag bedenken.
  2. Stel zelf een oefentoets samen van de vragen die de leerlingen bedacht hebben.
  3. Leerlingen maken de oefentoets. Bekijk per leerling hoe goed hij/zij de lesstof beheerst.
  4. Laat leerlingen de toets bekijken. Welke soort vragen vind ik moeilijk? Hoe kan ik dit verbeteren? Hoe ga ik dat aanpakken?
  5. Maak groepjes van leerlingen die dezelfde soort vragen moeilijk vinden.
  6. Train de vraagsoorten met leerstrategieën.
  • Zo kun je R-vragen bijvoorbeeld trainen met strategieën voor woordjes leren. Bijvoorbeeld met de leerstrategieën uit ons studievaardigheden lesmateriaal!
  • T1-vragen kun je aanpakken door de structuur van een vraag uit te pluizen: wat wordt er gegeven en wat wordt er gevraagd?
  • Heeft een leerling juist moeite met T2 vragen? Bespreek dan de verschillende soorten stappenplannen of methodes en in welke situaties je deze gebruikt.
  • Bij I-vragen kan het zijn dat de leerling het moeilijk vindt om te achterhalen wat hij/zij moet doen, maar het kan ook zijn dat de leerling de basiskennis niet op orde heeft.

Meer weten?

Kijk eens naar dit artikel over RTTI van Maak werk van onderwijs of lees dit artikel van de AOB over de opmars van RTTI.

Heb jij wel eens gebruik gemaakt van RTTI? En op wat voor manier? Laat het me weten met een reactie hieronder!

Print Friendly, PDF & Email