Na een telefoongesprek van een half uur met de vader van Kasper, was ik er niet geruster op geworden. Kasper had het hele weekend in bed gelegen, had nergens zin in, reageerde chagrijnig op anderen en had vooral geen zin om aan school te werken. Ook op de huiswerkbegeleiding was de weerstand voelbaar, vooral bij de vakken Duits en natuurkunde. Die vond hij maar moeilijk, en daarom niet leuk. En dat alles na een paar maanden waarin Kasper juist zo enthousiast had gewerkt! Al die tijd leek hij zo gemotiveerd, maar ineens was er niets van over. Hoe kun je een leerling op zo’n moment helpen?

Motivatie vs. zin om te werken

Het soort motivatie dat je aan de buitenkant ziet, zou ik liever definiëren als ‘zin om te werken’. Zin om te werken kun je van allerlei dingen krijgen (zie daarover ook dit artikel met tips). Zin in werken kun je de ene minuut hebben, en de volgende niet meer. Ook bij Kasper wisselde dit enorm. Echte motivatie gaat volgens mij verder dan dat: dat gaat over doelen die je voor ogen hebt, en hoe je werk daaraan kan bijdragen (zie over de componenten van motivatie ook dit interessante stuk: Drive – hoe werkt motivatie?). Ik denk dat echte motivatie veel duurzamer is dan ‘zin om te werken’. Eigenlijk net zoiets als het verschil tussen vrolijk of gelukkig zijn: een tijdelijke of algemene staat.

Uitzoomen

Jongeren in de puberteit ervaren vaak intense emoties, die elkaar ook nog eens behoorlijk snel kunnen afwisselen. Als je in zo’n periode afhankelijk bent van ‘zin om te werken’, kan het nog wel eens lastig worden. Je hebt dus echte motivatie nodig, maar ook dat is lastig voor leerlingen met een prefrontale cortex in aanbouw. In de puberteit kijken zij niet uit zichzelf mijlenver vooruit om hun acties aan hun doelen te koppelen. Dit noem ik ‘uitzoomen’: even naar het totaalplaatje kijken, of naar de lange termijn. En dat is precies het stukje waar je als leraar of begeleider bij kunt helpen.

Uit de tent lokken

In Kaspers geval heb ik hem op een dag tijdens de huiswerkbegeleiding gevraagd om zijn boeken weg te leggen. Ik heb hem een lijstje met vragen voorgelegd. Deze begonnen simpel. ‘Wat wil je vanmiddag hebben bereikt? En wat morgen?’ Maar al snel werd het lastiger. ‘Wat wil je over tien jaar hebben bereikt?’ ‘Waar ben je goed in?’ ‘Wat wil je graag beter leren?’ Om Kasper écht uit zijn tent te lokken, heb ik hem ook nog eens gevraagd drie tot vijf dingen opschrijven bij elke vraag. Ik kreeg toestemming om de antwoorden te bekijken. We praatten erover en vervolgens daagde ik hem uit om nóg meer, of nog andere dingen op te schrijven.

Steeds meer doelen

Na de eerste opschrijfronde had Kasper vooral schoolgerelateerde dingen opgeschreven. Ineens bleek dat hij heel graag een kant op wilde waarvoor zijn gehate natuurkunde essentieel was. In de ronde daarna kwamen ook hele mooie niet-schooldoelen naar boven. Een rijbewijs. Een eigen kat. Een constructievere houding aannemen binnen het basketbalteam.

Niet elke leerling komt zomaar met twintig doelen op de proppen. Een eerste reactie is meestal herhaaldelijk schouderophalen. Dit is niet omdat de leerling geen doelen heeft, maar omdat de leerling niet gewend is erover te praten of na te denken. Maar echt, iedereen heeft ze! Stel geen eisen aan de doelen, alles is goed. ‘Ik wil gewoon overgaan’ of ‘ik wil beter worden in gamen’, werkr ook motiverend. Komt er niets uit? Nóg beter luisteren.

Eerste stappen

In de laatste opschrijfronde maakten Kasper en ik samen een lijst met eerste stappen (zie hierover ook mijn blog: Hoe kleiner het voornemen, hoe groter het succes). Bij ieder doel schreven we een heel kleine, concrete eerste stap op om daar te komen. Ook bij de doelen voor over tien jaar. Overal kun je vandaag aan beginnen. Dit is een manier om de grote ver-van-je-bed-toekomst-show, naar het ‘nu’ te halen.

Nieuwe houding

Na een weekje gingen er wat app-berichtjes heen en weer tussen mij en een verraste, trotse vader. Kasper was op een andere manier met school bezig en liet ook thuis een heel nieuwe houding zien. Bij de huiswerkbegeleiding zie ik nog steeds af en toe een jongen die, net als wij allemaal, soms even geen zin heeft om te werken. Maar Kasper weet nu waar hij het voor doet. Met elke natuurkundige formule die hij leert, is hij een stapje dichter bij zijn doel. Een doel dat overigens prima nog vier keer kan veranderen, maar dat is niet erg. Zolang de leerling maar voor zijn eigen doelen werkt.

En mijn eigen motivatie? Waarom ga ik door als ik even geen zin heb om te werken? Om precies dit soort dingen bij leerlingen te zien gebeuren. En daar word ik niet alleen vrolijk van, maar echt gelukkig.

Na de zomervakantie zal ik verder bloggen over de theorie en praktijk van de huiswerkbegeleiding die ik geef. Wil je voor die tijd meer weten over mijn werk? Kijk dan op www.flowhuiswerk.nl.

Print Friendly, PDF & Email