Denk eens terug aan een moment waarop je met iets bezig was waar je nog uren mee door kon gaan. Waar je niet te stoppen was en het gevoel had dat de wereld om je heen even niet meer bestond. Een moment waarop je optimaal gemotiveerd was … Wat zorgde voor dat gevoel, en hoe kan het dat je dit gevoel soms wel en soms niet hebt?

Een kinderdagverblijf in Amsterdam baalde ervan dat enkele ouders hun kinderen steeds te laat ophaalden. De oplossing leek zo simpel: laat ouders een boete betalen als ze hun kind na sluitingstijd pas oppikken. Maar wat bleek? Ineens steeg het aantal ‘laatkomers’ substantieel! Ouders gaven aan dat ze nu extra konden betalen om hun kinderen later op te halen. Een goede les in ‘wat motiveert mensen eigenlijk’ voor het kinderdagverblijf …

Want inderdaad, hoe werkt motivatie dan? En hoe kun je de motivatie van leerlingen (en docenten!) verhogen? Daniel Pink, journalist bij de New York Times, schreef er het fascinerende boek Drive over. Hij duidt in Drive drie factoren die een rol spelen bij motivatie: autonomie, meesterschap en zingeving.

Om te ontdekken wat mensen motiveert, deed het MIT in de jaren ’90 een test met studenten. Ze kregen verschillende soorten opdrachten te doen: rijen woordjes onthouden, hout hakken, teksten overschrijven en creatieve opdrachten. Degene met de hoogste score per opdracht kreeg $50,-. De verwachting was dat de studenten alle opdrachten beter zouden maken als er een beloning tegenover stond.

Maar niets was minder waar. De beloning had een positief effect op de ‘mechanische’ opdrachten, zoals hout hakken en rijen sommen maken. Daar werden de scores inderdaad beter naarmate de (geld)beloning hoger was. Bij opdrachten waarbij creativiteit of conceptueel denken een rol speelde, bleek dit precies andersom. Daar werkte een geldbeloning juist averechts op het resultaat. Mensen blijken niet creatiever te worden als ze daardoor meer gaan verdienen (of hogere toetsscores krijgen…).

Het MIT concludeerde dat motivatie bij creatieve processen blijkbaar gestimuleerd wordt door andere zaken, en ze ontdekten er drie:

1. Autonomie
De mogelijkheid om zelf richting aan je leven te geven. In een werk- of schoolcontext zou dat betekenen: meebeslissen over de inhoud van je activiteiten, invloed hebben op het tempo waarin je leert, sturing kunnen geven aan de kaders waarbinnen je werkt of leert etc.

2. Meesterschap
De intrinsieke wens om steeds beter te worden in dat wat je plezier geeft. Of dat nou postzegels verzamelen, voetballen, koken of presentaties geven is. Je wilt continu verbetering in je eigen competenties zien, en vooral omdat je door die vooruitgang zelf weer gemotiveerd raakt.

3. Zingeving
Het gevoel dat wat je doet voor jou zinvol is. Het heeft een persoonlijke waarde, je snapt waarom je er je tijd in steekt. Een mooi voorbeeld is Wikipedia: mensen bouwen er in hun eigen tijd aan en krijgen er geen geld voor. Sterker nog, ze geven alle kennis ook weer gratis weg! En toch werkt het concept, omdat de auteurs sterk het gevoel hebben dat wat ze doen bijdraagt aan een betere wereld/ vrij toegankelijke informatie/etc.

Drive in het onderwijs
Wat kun je hier als school mee? Dat leerlingen vaak voor een cijfer leren sluit goed aan bij de MIT-conclusies over beloningen voor mechanische taken. Het stampen van rijtjes, leren van jaartijden en het onthouden van formules gaat vooral om herhaling en weinig om creatief denken. Maar wil je de betrokkenheid van leerlingen vergroten, wil je ze het gevoel geven van ‘eigenaarschap’? Denk dan eens na over de mate waarin leerlingen op jouw school autonomie ervaren, de mate waarin ze het gevoel hebben dat ze beter worden in iets dat voor hen relevant is, dat voor hen een persoonlijke waarde heeft.

Zonder hier het pasklare antwoord neer te leggen, denk ik dat we deze vragen juist ook aan de leerlingen zelf moeten stellen. Hoe zien zij hun rol op school? Hoe denken zij dat ze er samen met de docenten een succes van kunnen maken? Ongetwijfeld leidt zo’n gesprek tot een inspirerende discussie…

Print Friendly, PDF & Email