Januari is de maand waarin we rouwen om onze massaal gesneuvelde goede voornemens. Herinner je je hoe hoopvol je eind 2017 besloot om minder te snoepen, vroeger naar bed te gaan en meer tijd met je geliefden door te brengen? En begint op dit moment een schuldgevoel te knagen omdat er nog niets van gekomen is? De meeste van mijn leerlingen zitten bijna continu in deze achtbaan van hoopvolle, gemotiveerde momenten en teleurstellingen. Maar dan met voornemens zoals ‘beter opletten in de les’ of ‘minder Netflixen’. Hoe kun je leerlingen helpen hun voornemens uit te voeren?

Wishful thinking

Wij volwassenen zijn vaak geneigd om deze voornemens van onze zoons, dochters en leerlingen maar half serieus te nemen; vaak komt er de volgende dag al niets van terecht. Deels komt dit doordat het vermogen om gedrag te plannen en toekomstige situaties in te schatten bij de meeste pubers nog in ontwikkeling is. Aan dat deel kunnen we niet zoveel doen. Maar het komt ook doordat de meeste pubers zichzelf een dusdanig hoog, onrealistisch en vaag doel stellen, dat het ook voor menig volwassene lastig zou zijn om zich eraan te houden. De ambitieuze voornemens die mijn leerlingen uitspreken komen op mij altijd zeer gemeend over, en ik neem ze dan ook altijd serieus. Maar dan begint mijn taak: expliciteren en afdingen.

Voornemen 1: beter opletten

Derdeklasser Noah constateerde tijdens een bijles wiskunde dat we bezig waren met stof waar haar docent ook over vertelde. Bij alles wat ik uitlegde, zei ze: “Oh, volgens mij zei de docent ook zoiets.” Na de derde keer dat dit gebeurde, liet ik een stilte vallen. Ineens zat Noah rechtop: “Ik moet echt beter gaan opletten in de les. Vanaf nu ga ik echt mijn best doen.” Ze meende het, maar er moest een reden zijn waarom het tot dan toe niet was gelukt. “Ja, ik zit altijd naast mijn beste vriendin. En het is altijd het achtste uur. En dan ben ik gewoon een beetje op, weet je.”

Vanaf nu alle wiskundelessen in volledige concentratie rechtop zitten, leek me dus geen realistisch doel. Daarnaast is ‘opletten’ ook een redelijk vaag begrip. Daarom heb ik Noah uitgedaagd om eerst eens een week (tot ik haar weer zou zien), het volgende te proberen: elke wiskundeles luister je precies tien minuten achter elkaar heel goed naar wat de docent uitlegt, waarna je daar een korte aantekening van maakt in je schrift. De aantekening bekijken we later samen. En de tweede uitdaging: daag je vriendin ook uit!

Het klinkt welhaast bizar om een leerling aan te moedigen slechts tien minuten lang op te letten. Toch moeten we niet onderschatten hoe lastig het is om gewoonten te doorbreken (roken, nagelbijten, maar dus ook kletsen in de les), en hoezeer je concentratie na zeven lesuren is verslapt. Deze tien minuten waren een realistisch doel om mee te beginnen, het was concreet, en Noah kon er samen met haar vriendin aan werken. De week erna stelde ze zelf voor om er twintig minuten van te maken, want dat konden de twee meiden samen wel aan. Door klein te beginnen was Noah meteen al succesvol, en bleef ze gemotiveerd om verder eraan te werken.

Voornemen 2: minder Netflix

Eindexamenleerling Bibi had naar eigen zeggen een “ernstige Netflix-verslaving”. Met enig gevoel voor drama zette ze uiteen hoe haar dagen zich vulden met het kijken van series, en hoe ze uren in de studeerkamer kon zitten bingewatchen. Het vreemde was dat ze na drie uur Gossip Girl en slechts een half uur biologie, wél het gevoel had dat ze lang voor haar examens had geleerd. Ze had al een oplossing bedacht: “minder Netflixen, niet steeds nóg een aflevering”.

Het probleem is dat zowel de series zelf, als videostreamingdienst Netflix erop gericht zijn dat je verder wilt kijken. En nog een aflevering. En ach, nu heb ik toch geen tijd meer om te leren. Nog maar eentje. Minderen was dus duidelijk geen realistisch doel, maar helemaal stoppen wilde Bibi natuurlijk ook niet. Ze vindt series kijken leuk en ontspannend en ze leert er veel Engels van.

We maakten de volgende deal: geen Netflix meer in de studeerkamer. Dit betekende dat Bibi altijd Netflix mocht kijken, maar dan in haar bed of aan de keukentafel. Als ze in de studeerkamer ging zitten, mocht ze Netflix niet aanzetten. Hierdoor kon Bibi zichzelf niet meer voor de gek houden: als ze in bed lag met haar laptop, was ze aan het luieren. Als ze in de studeerkamer ging zitten, leerde ze voor haar eindexamens. Het was het een of het ander. Het gevolg was dat Bibi eigenlijk helemaal niet minder hoefde te Netflixen: ze kreeg haar studiewerk sneller af omdat ze stomweg aan de slag ging, waardoor er tijd overbleef om zich zonder schuldgevoelens te verdiepen in de nieuwste roddels uit Manhattan.

Less is more

Hoe kleiner het voornemen, hoe groter het resultaat. Natuurlijk moet het voornemen niet alleen behapbaar zijn, maar ook realistisch en enigszins slim uitgedacht. Soms moet je verschillende dingen proberen totdat er iets werkt. Maar klein beginnen helpt altijd! In mijn volgende blog ga ik hier verder op in. Ik bespreek dan uitgebreid hoe ik leerlingen leer omgaan met ons meest onmisbare en tegelijk meest beruchte apparaat: de smartphone.

Wil je voor die tijd meer weten over mijn werk? Kijk dan op www.flowhuiswerk.nl.

Print Friendly, PDF & Email