Het zijn de bekende symptomen van de puberteit: spullen vergeten, niet opletten in het verkeer (laat staan in de les), de gekste dingen doen en de normaalste dingen laten. Je hoort volwassenen links en rechts verzuchten: denk nu eens ná! Op mijn huiswerkinstituut zie ik deze symptomen dagelijks voorbijkomen. Toch behoeven mijn leerlingen geen enkele aansporing tot nadenken – misschien is nadenken zelfs wel een oorzaak van het typische gedrag dat we zien. En … misschien is dat wel een voordeel voor docenten.

Focus

Ik denk dat we de gedachtestromen van onze leerlingen gemakkelijk onderschatten. Een poosje geleden was Bas, een van mijn leerlingen, ogenschijnlijk ongeïnteresseerd balletjes aan het kneden van een hoopje gumsel. Zijn opengeslagen geschiedenisboek lag zich een beetje eenzaam te voelen op tafel. Bij navraag bleek dat Bas pogingen had gedaan wat jaartallen van de Tweede Wereldoorlog te leren, maar hij was afgeleid geraakt. ‘Waardoor werd je afgeleid?’ vroeg ik een beetje verbaasd, want er stond een rustig muziekje op en de andere leerlingen zaten niet in zijn blikveld. ‘Ja gewoon, door mezelf,’ zei Bas schouderophalend. ‘Dus je was deze jaartallen aan het bekijken. Hoe leidde je jezelf dan af?’ ‘Ja gewoon, ik snap er niks van. Hier staat dat Hitler aan de macht kwam in 1933. Maar ik snap niet waarom mensen op hem stemden. Het ging niet goed in Duitsland, staat er, maar het ging daarna toch nog veel slechter? En dan denk ik aan hoe die man praatte en dat klonk best eng. Ik zou nooit op zo’n creep stemmen hoor!’ Bas kon zijn gedachtestroom behoorlijk goed reconstrueren. Een paar denkstappen verder was hij ineens bij zijn klas aangeland en had hij zich druk zitten maken over een voorval dat die morgen in de pauze had plaatsgevonden. Het leek wel een solo-brainstormsessie, waarin Bas vrij had zitten associëren.

Onthouden

Onze hersenen werken zo, dat we dingen beter onthouden als we méér informatie toevoegen. Je zou misschien denken dat zoiets als een ezelsbrug onhandig is, omdat je dan ook nog de ezelsbrug moet onthouden. Maar in werkelijkheid leg je in je hersenen nog extra verbindingen aan naar het te onthouden feit, en kom je er dus later sneller weer bij. De gedachtestroom van Bas, of in elk geval een deel ervan, was bijvoorbeeld heel geschikt om het rijtje jaartallen niet meer als droog rijtje te leren. Hij kon alles nu als een verhaal aan elkaar plakken. Dat hij het bizar en onbegrijpelijk vond, was alleen maar beter – hoe meer emotie bij het leren, hoe beter de stof beklijft. En hoe meer je gebruikmaakt van de eigen denkrichtingen van de leerlingen, hoe beter al die gedachten werken. Ik zorg dus dat ik vaak vraag wat leerlingen ergens van vinden, waar de stof ze aan doet denken, of door welke gedachtes ze werden afgeleid. Die gedachtes probeer ik vervolgens te gebruiken als geheugentechniek, als aanleiding om dieper op de stof in te gaan, of allebei.

Voordelen

Vragen naar de gedachten van leerlingen is niet alleen handig voor het bijbrengen van lesstof. Het is ook een manier om te zorgen dat leerlingen zich gewaardeerd, gezien en gehoord voelen. Serieus op hun gedachten ingaan, hoe weinig die ogenschijnlijk ook met de stof te maken hebben, is een blijk van erkenning. Je gaat als het ware naast de leerlingen staan en denkt samen verder, waarbij je als docent de lesstof blijft koppelen aan de input van de leerlingen. Dit geeft je ook de kans om je lessen steeds beter af te stemmen op hun belevingswereld. En nog iets heel anders: hoe vaak zien we wel niet antwoorden op toetsen die wel ongeveer zo’n beetje kloppen, maar waarmee leerlingen niet precies zeggen wat ze bedoelen? Door samen nadenken leren pubers beter om hun gedachten onder woorden te brengen en precies te formuleren.

Dat pubers juist ontzettend véél nadenken staat voor mij buiten kijf. Ze denken gewoon niet altijd in de richting die we verwachten. Ze associëren andere kanten op, ze dromen weg, soms raken ze afgeleid. En hoewel ik ook weleens inwendig zucht als het belangrijkste lesboek niet is meegenomen, zou ik stiekem willen dat we allemaal een beetje zo bleven. Dat we niet zo vastroesten, maar onze meningen blijven ontwikkelen, bijschaven of eens volledig omgooien. Met de nieuwsgierigheid van een kind, het denkvermogen van een volwassene en de eindeloze associaties van – tja, een puber.

Mijn volgende blog is de eerste in de nieuwe serie ‘de leerling met een label’, waarin ik beschrijf hoe ik omga met uiteenlopende aandoeningen, moeilijkheden en vooroordelen – kortom, met allerlei labels die leerlingen worden opgeplakt. Wil je voor die tijd meer weten over mijn werk? Kijk dan op www.flowhuiswerk.nl.

Print Friendly, PDF & Email