Er wordt weleens gesuggereerd dat leerlingen tegenwoordig te snel een label krijgen opgeplakt. Elke leerling met licht afwijkend gedrag heeft meteen een stoornis, zo hoor je mensen wel zeggen. Aan de andere kant blijven problemen van leerlingen soms onderbelicht, terwijl een officiële diagnose of label soms juist de juiste deuren kan openen. Hoe dan ook, de leerlingen die de labels daadwerkelijk krijgen, hebben zeker érgens last van. Ze vinden íets moeilijk. In deze nieuwe blogserie bespreek ik do’s en don’ts: wat kun je in jouw lessen doen om deze leerlingen nét wat extra steun te geven? We beginnen met tips voor leerlingen met het label dyslexie.

Van beeld naar geluid en betekenis

Dansende letters, spelfoutjes, een vreemde intonatie bij het voorlezen … Het zijn allemaal bekende kenmerken van dyslexie. Maar wat is het achterliggende probleem bij deze aandoening?

Als we lezen, zetten we het beeld (de vormen van de letters) om in geluid (klanken). Die klanken zetten onze hersenen vervolgens weer om in betekenis. Bij leerlingen met dyslexie gaat er bij die eerste omzetting iets mis. Ze zien iets, maar vinden het moeilijk om daar de juiste klank bij te vinden. Andersom gaat dit bij schrijven ook zo: een klank die ze horen in hun hoofd, kunnen ze moeilijk omzetten naar een vorm op papier. En hoe onregelmatiger spellingsregels zijn, hoe verwarrender het voor hen is. Wist je dat het percentage dyslectische mensen in Engeland veel hoger ligt dan in Spanje? Dat is niet omdat Engelsen daadwerkelijk vaker dyslexie hebben, maar omdat lichte dyslexie bij het grillig gespelde Engels veel sneller merkbaar is dan bij het bijna perfect fonetische Spaans. Het is ook mogelijk dat leerlingen hun dyslexie zodanig compenseren met een andere vorm van intelligentie, dat niemand er iets van merkt. Niet zelden komen gymnasiumleerlingen er pas achter dat ze dyslexie hebben, wanneer ze ineens een nieuw alfabet (Grieks) moeten leren.

Lezen en aantekeningen

De stap van geluid naar betekenis is iets waar dyslectische leerlingen bij het lezen amper aan toe komen, doordat de stap van beeld naar geluid al niet soepel verliep. Op mijn huiswerkinstituut zie ik bij hen dagelijks het enorme verschil in begrip tussen gesproken en gelezen tekst. Mijn dyslectische leerlingen hebben veel baat bij voorleesprogramma’s of samen praten over de stof. En hoe meer plaatjes er bij de tekst staan, hoe fijner.

Als je dus een aantekening opgeeft, lees dan tijdens het schrijven voor wat je opschrijft. En als de hele klas een stuk tekst moet lezen, geef dan de voorkeur aan samen lezen. Lees zelf voor of laat de leerlingen om beurten een stuk voorlezen (sla dan bij voorkeur de dyslectische leerlingen over; hier doe je hen natuurlijk geen plezier mee). Zo kan elke leerling kiezen of hij de informatie via het beeld in zijn boek, of via het geluid van een stem tot zich wil nemen. Ook bij niet-dyslectische leerlingen zie je hierin grote verschillen qua natuurlijke voorkeur. Het is dus voor alle leerlingen fijn om die keuze te hebben!

Toetsen

De maatregel van extra tijd bij toetsen kennen we allemaal. Die is voor dyslectische leerlingen hartstikke fijn. Maar er is nog veel meer mogelijk. Op sommige scholen mogen toetsen op een computer met voorleesprogramma gemaakt worden. Soms worden toetsen in een groter lettertype geprint, of zelfs op gekleurd papier. Ga eens in gesprek met dyslectische leerlingen over wat zij prettig zouden vinden, of probeer met hen samen verschillende dingen uit. Want uiteindelijk wil je natuurlijk zo puur mogelijk de beheersing van de stof testen, zonder de leesmoeilijkheden als ‘vervuilende’ factor.

In mijn volgende blog geef ik tips over hoe je leerlingen met het label ‘faalangst’ tijdens de lessen kunt helpen. Wil je voor die tijd meer weten over mijn werk? Kijk dan op www.flowhuiswerk.nl.

Print Friendly, PDF & Email