We merken het aan alles: stakende leraren, de aandacht voor (het betere) onderwijs in Finland en het vervolg op Onderwijs2032, bijvoorbeeld. Het onderwijs moet vernieuwen, vinden we met zijn allen. Grootse, landelijke veranderingen zijn prachtig, maar kleine stappen zijn nodig om uiteindelijk een grotere te kunnen zetten. Daarom laten we in deze blogserie onderwijsexperts aan het woord over hun vernieuwende vorm van onderwijs. Op grotere of kleinere schaal is namelijk al heel veel vernieuwing bezig en in ontwikkeling. In deze blog is het woord aan Zoë de Smet, expert beweging en coach van een stamgroep op het Spinoza20first in Amsterdam. Welke keuzes zijn er gemaakt in het onderwijsconcept van Spinoza20first?

Wat is de basis van het onderwijsconcept van het Spinoza20first?

De kernwaarden van het daltononderwijs: vrijheid en verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, samenwerking, effectiviteit en reflectie. Onderscheidend aan ons onderwijsconcept is de hogere mate van autonomie van de leerling op wat, hoe en wanneer zij leren en de leerstrategie onderzoekend en ontwerpend leren.

Welke plek heeft het vaardighedenonderwijs op het Spinoza20first?

Vaardigheden komen duidelijk terug in de opdrachten en de begeleiding van experts, voornamelijk de studievaardigheden. Er zijn geen aparte vaardighedenlessen, maar binnen de persoonlijke begeleiding van de leerlingen door de coach worden de vaardigheden op maat aangeleerd. Tijdens de dagstart en begeleidingsuren is hier ruimte voor. Ook worden opdrachten beoordeeld met niet voldaan, voldaan en bovengemiddeld aan de hand van rubrics die weer met de leerling besproken worden. De rubrics worden opgesteld door de experts.

Belangrijke vaardigheden zijn samenwerken, reflecteren, plannen, zelfstandig werken en praktische vaardigheden zoals een verslag maken en een opdracht verwerken. Sociaal-emotionele vaardigheden hebben hun plek in de stamgroepen. Bijvoorbeeld tijdens de dagelijkse start. Dit gaat niet volgens een bepaalde methode, maar aan de hand van over-de-streep-achtige spelletjes bijvoorbeeld. Daarnaast is er in de dagstart tijd voor algemene mededelingen en het bespreken van de actualiteit. Ook zijn er projectdagen met onderwerpen als cyberpesten, Girls’ Technology Day en Boys’ Business Day. Ook is er in het explore-uur ruimte voor zelfverdediging, bootcamp in het park, programmeren, illustreren zonder iPad en het opzetten van de schoolkrant. LOB is nog in ontwikkeling, ook omdat er nog maar twee leerjaren zijn. Binnen het onderwijsconcept is er wel, via de coach, alle aandacht voor de talenten en interessen van de leerling. Ouders worden ook al betrokken: zij komen bijvoorbeeld tijdens explore-uren vertellen over hun beroep. Daarnaast zijn er denktanks en ouderpanels. Bij de denktanks denken ouders mee over het verder vormgeven van het onderwijs, bij de ouderpanels is het doel evaluatie van het onderwijs.

Welke visie is er op blended leren en welke plek heeft dit op het Spinozo20first?

Blended leren heeft een duidelijke eigen plek in het onderwijsconcept. De kern is dat digitaal leren geen doel op zich is; het gaat om het leren zelf. Via welke weg dat gaat, papier, digitaal, face-to-face, is afhankelijk van de leerstof, de docent en de leerling. Een mix aan middelen verrijkt, en daar gaan ze voor. Wat sowieso digitaal gaat is bijvoorbeeld het inschrijven voor de vier kennisdomeinen waar de inhoud van het onderwijs in valt: leerlingen zijn hier snel in thuis. Digitaal materiaal maakt gepersonaliseerd leren wel toegankelijker. Om die reden is veel materiaal digitaal.

Staat het onderwijsconcept nu vast of is er nog ontwikkeling?

De school en het team groeien mee met het onderwijsconcept en dat onderwijsconcept is continu in ontwikkeling. Een nieuwe verrijking op het concept van Spinoza20first is bijvoorbeeld het narratief. De tweedejaars zijn dit jaar gestart met een pilot. Alle domeinen draaien dan samen onder een overkoepelend project, bijvoorbeeld ‘Wat te doen als de dijken doorbreken?’ Elke tweedejaarsstamgroep had een eigen stadsdeel waarvoor ze een aantal vaststaande opdrachten verwerkten en ruimte hadden om ook eigen opdrachten te doen. Het initiatief voor het verkrijgen van meer of specifieke informatie ligt zo bij de leerlingen. Ze krijgen een aantal punten voor bepaalde initiatieven en daarmee is het een soort wedstrijd tussen stamgroepen.

Om een nog beter beeld te krijgen van het onderwijsconcept op het Spinoza20first, kijk ik in de komende blogs naar de rol van de experts en leerlingen, bespreek ik een aantal kritiekpunten met Zoë én interview ik een leerling over haar ervaringen op school. Heb jij vragen over Spinoza20first? Laat het weten in een reactie onder deze blog!

Print Friendly, PDF & Email