Als het Nederlands elftal voetbalt, zijn er 17 miljoen bondscoaches die allemaal het beste lijken te weten welke speler waar zou moeten staan. Als het gaat over onderwijs zijn er bijna net zoveel mensen die vinden dat ze beter weten hoe het onderwijs geregeld zou moeten zijn. Betere professionalisering voor docenten, meer geld, minder toetsen, een beter curriculum, meer technologie, minder technologie, minder bureaucratie. Beleidsmakers hebben verschillende dingen geprobeerd, met wisselend resultaat. Maar wetenschappers die het brein bestuderen, hebben zo hun eigen ideeën over hoe leerlingen beter kunnen leren. Namelijk door ze te leren hoe ze moeten leren.

“Hoe meer je leerlingen leert hoe ze moeten leren, hoe minder tijd je bezig bent met het aanleren van de stof uit het curriculum omdat ze het gemakkelijker kunnen begrijpen.” Een uitspraak van professor William Klemm van de Texas A&M University tijdens een conferentie over het brein. “Ik denk dat het echte probleem is dat leerlingen niet geleerd hebben hoe ze op een goede manier moeten leren. En dat hebben ze niet geleerd omdat wij ze dat niet aangeleerd hebben.”

Neurowetenschappers hebben nog veel te leren over onze hersenen: bijvoorbeeld hoe het leren, onthouden en reageren op de omgeving nou precies werkt. Maar bepaalde zaken die Klemm tijdens zijn keynote vertelde, zijn redelijk goed onderzocht en worden nog steeds maar mondjesmaat toegepast.

Technologie & multitasken

Je kunt niet ontkennen dat het internet een geweldige bron is om in het onderwijs te gebruiken en om leerlingen zaken van verschillende kanten te laten bekijken. “Dat is een goede ontwikkeling want hoe meer je ergens over nadenkt vanuit verschillende standpunten, hoe beter je het kunt begrijpen,” zegt Klemm. Maar het internet zit ook barstensvol met onwaarheden en niet alle leerlingen weten hoe ze een goed onderscheid kunnen maken.

Leerlingen zijn gemakkelijk afgeleid door interessantere pop-ups, links of video’s. Als dit gebeurt, gaan de leerlingen multitasken, iets waarvan onderzoekers hebben aangetoond dat het eigenlijk niet kan. Als iemand denkt dat hij/zij twee dingen tegelijkertijd aan het doen is, wisselt deze persoon eigenlijk heel snel tussen de twee verschillende taken. Waardoor voor beide taken minder focus en aandacht is, met alle gevolgen van dien.

“Het probleem met multitasken is dat het het vormen van herinneringen verstoort,” zegt Klemm. En hoewel het vaak gezegd wordt dat jongeren geen algemene kennis meer nodig hebben omdat ze alles toch kunnen opzoeken op het internet, is Klemm ervan overtuigd dat leerlingen geen complexere kennis tot zich kunnen nemen zonder deze informatie in hun ‘werkgeheugen’. Volgens de professor doen leerlingen te veel tegelijk en kunnen ze hierdoor minder goed dingen onthouden. Hij gelooft dat het internet leerlingen lui maakt: “Als leerlingen op het internet vertrouwen voor hun algemene kennis, dan programmeren ze zichzelf eigenlijk om dingen op internet op te zoeken, in plaats van in hun hoofd. Als ze gevraagd worden om de informatie die ze net opgezocht hebben, te herhalen, dan kunnen ze dat vaak niet. Wat ze wél kunnen is dezelfde informatie nog een keer opzoeken op internet.”

Als we ons brein niet trainen om informatie op te slaan, wordt het steeds moeilijker en moeilijker om nieuwe vaardigheden aan te leren en kennis op te slaan. Het duurt langer voordat het brein de nieuwe informatie verwerkt heeft, waardoor leerlingen weer minder snel in staat zijn om goede vragen te stellen. “Hoe meer je weet, hoe meer conclusies je zelf kunt trekken én hoe creatiever je bent. Al deze dingen doe je door na te denken en de basis daarvan is wat er is opgeslagen in je werkgeheugen.”

“Alles wat afleidt, of dat nou een voetbalwedstrijd of een mobiele telefoon is, is slecht voor het leerproces van de leerling,” zegt Klamm. “Leerlingen aanleren hoe ze zich moeten focussen op een bepaalde taak, is een cruciaal onderdeel om ze verder te laten ‘bouwen’ aan de kennis die ze al opgedaan hebben.”

Bescherm het leren tegen afleiding

Er wordt vaak gedacht dat als een leerling aandachtig luistert naar wat een docent vertelt, hij of zij leert. Maar ook de periodes voor- en nadat een leerling ‘leert’, zijn belangrijk voor het leerproces. Als een leerling iets geleerd heeft, zit die informatie in het korte termijngeheugen, terwijl het brein hard aan het werk is om de informatie te verwerken en op te slaan in het lange termijngeheugen. Het probleem is dat het korte termijngeheugen niet heel veel informatie ‘aankan’. Dus als een leerling direct na het leren afgeleid wordt, zorgt die nieuwe informatie ervoor dat het geleerde niet in het lange termijngeheugen terecht kan komen. Wetenschappers zijn nog aan het onderzoeken wat er gebeurt als er een beroep wordt gedaan op die kennis, bijvoorbeeld tijdens een toets. De eerste experimentele resultaten laten zien dat leerlingen tijdens een toets een soort geïmproviseerde versie van het origineel uit hun geheugen opvissen.

Wat kun je er als docent mee?

Leuk, al die informatie, maar wat kun je er nu als docent mee? Nou je kunt een aantal dingen doen om een leeromgeving te creëren die aansluit bij wat volgens de wetenschap het beste werkt. Hoewel de meeste van deze ideeën niet nieuw zijn, blijven ze toch maar naar boven komen uit verschillende onderzoeken.

Stress is slecht voor het leerproces
Als leerlingen zich zorgen maken over een toets of iets in hun privé-leven, zijn ze afgeleid van wat er in het klaslokaal gebeurt. Bij chronische stress is dit nog erger. Stress breekt neuronen af, specifiek die in de hippocampus; het deel van het brein waar lange termijnherinneringen worden opgeslagen. Alles wat je als docent kunt doen om het stressniveau van je leerlingen omlaag te brengen, zal effect hebben op de leerresultaten van de betreffende leerling.

–> Lees meer over het effect van stress op het brein tijdens het leren

Decoraties in de klas werken als een afleider
Uit onderzoek blijkt dat als er in een klaslokaal erg veel posters en andere decoratie aan de muur hangt, dit afleidend werkt voor leerlingen. Dat betekent niet dat alles wat kleur heeft, uit de school verbannen moet worden, maar te veel kan nadelige gevolgen hebben voor het leerproces.

Toets met een reden
“Toetsen is goed, zolang het niet-bestraffend is,” zegt Klemm. Oftewel, gebruik tests om te ontdekken wat leerlingen wel en niet onthouden hebben van je les, maar geef ze er geen cijfer voor. Toetsen waar veel vanaf hangt, zoals bijvoorbeeld examens, leveren veel stress op bij zowel leerlingen als docenten. Zolang het niet nodig is om een cijfer te geven en daarmee een waarde te hangen aan het leren van de leerling, kun je het beter niet doen.

Besteed aandacht aan vaardigheden
Klemm adviseert geheugentraining en het visualiseren van ideeën om leerlingen te helpen hun werkgeheugen uit te breiden. Klemm: “Als een leerling goed is in reflecteren, is hij of zij zich bewuster van zichzelf en is er daardoor een mogelijkheid om te groeien; om een nog betere leerling te worden. Want die reflectie motiveert!” Ook andere (studie)vaardigheden helpen leerlingen om studiesucces te halen. Denk bijvoorbeeld eens aan plannen, zelfstandig leren etc.

Zelf aan de slag met studievaardigheden? Bekijk ons aanbod in de webshop en vraag direct een digitaal proefexemplaar aan.

Print Friendly, PDF & Email