Iedere leerling is wel eens zenuwachtig voor een toets of gespannen voor een presentatie. Dat is heel normaal. Pas als die zenuwen omslaan in angst, spreken we van faalangst. Ongeveer 10% van de jongeren tussen de 12 en 14 jaar heeft hier last van. Grote kans dus, dat jij ook regelmatig een leerling met faalangst in de klas hebt. Hoe kun je deze leerlingen helpen?

Creëer een veilige omgeving
Besteed, bijvoorbeeld tijdens de mentorles, veel aandacht aan positieve groepsvorming en de sfeer in de klas. Ook als leerlingen elkaar al kennen, is het belangrijk hier aandacht aan te blijven besteden. Maak afspraken over hoe je met elkaar omgaat. Bedenk bijvoorbeeld met elkaar een leuke naam voor de klas. Of organiseer vragenspelletjes om elkaar beter te leren kennen. Een klas waar iedereen zich thuis voelt en mee doet, zorgt voor een veilige omgeving. En als leerlingen zich veilig voelen, zijn ze minder bang om fouten te maken.

Geef feedback
Leerlingen met faalangst zien vaak niet dat ze zelf invloed hebben op hun succes. Als het goed gaat, kwam dat door iets buiten henzelf (‘Het was een makkelijke toets’). Maar als het mis gaat, leggen ze dat helemaal bij zichzelf. Juist bij het vaardighedenonderwijs, waar meestal geen punt voor gegeven wordt, kun je bij de beoordeling goed de link leggen tussen de gekozen strategie, inspanning, werkwijze en het resultaat. Bijvoorbeeld: ‘Het maken van een planning heb je goed aangepakt. Je hebt bij je planning goed ingeschat hoeveel tijd elk onderdeel kost. Volgende keer moet je alleen ook nog ruimte laten voor onvoorziene dingen.’

Probeer het zelf!
Een opdracht waar wij altijd veel positieve reacties op krijgen, is de opdracht Applaus uit onze sociaal-emotionele abonnementen. Daarin krijgt elke leerling uit de klas (of een paar leerlingen, afhankelijk van de tijd die je hebt) een daverend applaus. Een leuke manier om het zelfvertrouwen van je leerlingen te vergroten. Het werkt zo:

• Eén leerling gaat even de gang op.
• Bedenk met elkaar waar deze klasgenoot goed in is.
• Wijs één persoon aan die dat straks gaat vertellen.
• De docent roept de leerling weer naar binnen.
• Op het moment dat de deur opengaat, klinkt een gigantisch applaus.
• Daarna vertelt de woordvoerder waarom dat applaus verdiend is.
• Dan is de volgende leerling aan de beurt.
• Etc.

Voorbeeld:
Jaap kan geweldig naar een ander luisteren. Daarom krijgt hij ons applaus.

Hoe pak jij het aan als een van je leerlingen last heeft van faalangst?

Print Friendly, PDF & Email