Eerder al schreef mijn collega Suzanne een blog over de drie schoolniveaus waarvoor wij lesmateriaal maken. In deze blog vertel ik daar meer over: welke concrete verschillen zitten er tussen de niveaus in ons lesmateriaal? Nou kun je deze blog lezen (dat raad ik natuurlijk zeker aan ;-)), maar het is nog veel handiger om deze niveauverschillen gewoon zelf te ervaren! In de lesbrief van deze week sturen we daarom 3(!) lessen uit het hoofdstuk Plannen, maar elk op een ander niveau. Zo kun je de verschillen die ik hieronder beschrijf niet alleen zien, maar je kunt de lessen ook testen met jouw leerlingen.

De eisen per niveau

Per niveau zal ik ter illustratie de belangrijkste of opvallendste kenmerken noemen. Een algemeen punt is de keuze voor de onderwerpen. De vaardigheden komen in elk niveau voor, maar wel op een andere manier. Bij vmbo gaat het om de basis van de vaardigheid en bij vwo meer om de vaardigheid als geheel, met alles wat daarbij hoort. Dat zie je al aan de onderwerpen van de lesbrief: van je tas inpakken tot een huiswerkplanning maken.

Havo/vwo

  • De lessen omvatten in principe één onderwerp, maar daarin worden wel meerdere stappen gezet. In de les uit de lesbrief voor havo/vwo “Hoe maak je een huiswerkplanning?” maken leerlingen bijvoorbeeld zowel een takenlijst als een planning voor een middag, waarin ze rekening houden met prioriteiten.
  • De opdrachten zijn kort omschreven, maar wel als één geheel. Alleen als de uitleg te lang is, zijn er bullets gebruikt.
  • De informatieblokken geven niet alleen informatie die nodig is om de opdracht goed te doen, maar ook achtergrondinformatie of aanvullende theorie. Er staan veel (wetenschappelijke) weetjes in de lessen.
  • Alle informatie die bij elkaar hoort, staat in principe in één informatieblok.
  • In het verloop van de les wordt niet altijd verwezen naar een informatieblok. Als een leerling de opdracht kan doen zonder de informatie te lezen, is dat oké.
  • Moeilijke begrippen worden uitgelegd. Denk aan begrippen als ‘strategie’ en ‘vergeetcurve’.
  • De opmaak is heel creatief en elke pagina is aangepast aan de inhoud van de opdracht. Er is dus veel variatie in hoe de pagina’s eruitzien. Uiteraard wel met een rustige basis.

Vmbo-t/havo

  • De lessen bevatten maar één onderwerp, zonder al te veel stappen waarmee rekening gehouden moet worden. Waar in havo/vwo een takenlijst en plannen in 1 les samenkomt, zijn dat in vmbo-t/havo aparte lessen.
  • De opdrachten zijn heel gestructureerd weergegeven. Dat zie je bijvoorbeeld aan de bullets die veel in de opdrachtuitleg staan. Ook zit er geen figuurlijk taakgebruik in: het is dus heel duidelijk hoe een leerling de opdracht moet aanpakken. De antwoorden zijn meer voorgestructureerd door bijvoorbeeld meerkeuzevragen.
  • Er zitten meer competitie-/spelelementen in de lessen.
  • De informatieblokken beperken zich tot informatie die nodig is om de les te doen en om de vaardigheid goed onder de knie te krijgen.
  • De informatieblokken zijn opgeknipt, ten opzichte van de havo/vwo versie. De verschillende delen staan in aparte informatieblokken, bij de (deel)opdracht waarbij je de informatie nodig hebt.
  • In de les zitten verwijzingen naar de informatieblokken. Bijvoorbeeld zo: “Wil je weten wat onderwerp X is? Lees het informatieblok.”
  • Er worden meer begrippen uitgelegd, zoals ‘beloning’ en ‘globaal lezen’.
  • De reflectie is meer gestuurd. Gaat iets goed? Dan is de volgende stap… Gaat iets niet zo goed? Probeer dan…

Vmbo

  • De onderwerpen van de lessen zijn klein. Soms bevatten de lessen een deelvaardigheid die aangeleerd moet worden voor de hele vaardigheid aan bod kan komen.
  • Opdrachten zijn simpel omschreven. Elk onderdeel van de opdracht is een volgende deelopdracht. Oftewel, ‘lees de tekst’ is a en ‘beantwoord de vragen’ is b.
  • De keuze voor de werkvormen is zo gemaakt, dat de opbouw van de les rustig is. Niet te veel verschillende werkvormen in één les dus en een goede balans in samenwerkopdrachten en zelfstandige opdrachten.
  • Het taalgebruik is kort, duidelijk (één mededeling per zin) en alle gebruikte woorden komen voor in de woordenlijst taalniveau B1. Er wordt duidelijk gebruik gemaakt van signaalwoorden om verbanden aan te geven.
  • De informatieblokken beperken zich tot korte stukken informatie over één onderwerp. Hierin staan maximaal vijf belangrijke punten.
  • De informatie staat altijd bij de opdracht waarvoor de informatie nodig is.
  • Deel van de opdracht is het lezen van een informatieblok. De leerling kunnen het dus niet overslaan.
  • De informatieblokken en opdrachten bevatten zoveel mogelijk visuele uitleg. Tekstuele informatie wordt zo beperkt.
  • Er worden veel begrippen uitgelegd. Sommigen staan niet in de B1 lijst en andere komen minder vaak voor dus worden voor de zekerheid toegelicht. Bijvoorbeeld ‘concentreren’ en ‘voordeel’.
  • De opmaak is rustig. Afbeeldingen zijn soms wat groter, er wordt minder ‘leuks’ aan toegevoegd dat kan afleiden.

Meer zien…?

Welk niveau sluit aan bij jouw leerlingen? En wat vind je van de lessen over plannen in de nieuwsbrief van deze week? Als je wilt, kun je in de webshop inkijkexemplaren aanvragen. Zo kun je meer lessen bekijken en eventueel uitproberen. En als je vragen hebt of als je hulp wilt bij het kiezen van het goede niveau, helpen we je graag verder. Neem dan gerust contact op met de consultant van jouw school of mail naar info@tumultgroep.nl .

Print Friendly, PDF & Email