Hoe motiveer je leerlingen?

Iedere docent wil graag gemotiveerde leerlingen in de klas. Zijn jouw leerlingen gemotiveerd? Hoe bepaal je dat eigenlijk? Volgens de populaire motivatietheorie van Ryan en Deci – de zelfdeterminatietheorie of zelfbeschikkingstheorie – is het niet zozeer de hoeveelheid motivatie die ertoe doet, maar de kwaliteit ervan. Wat voor soorten motivatie zijn er volgens hen? En hoe kun je als docent de motivatie van je leerlingen beïnvloeden?

Motivatie volgens de zelfdeterminatietheorie

Je bent vast bekent met de termen intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie. Deze twee zijn echter geen uitersten; er zijn allerlei verschillende ‘kleuren’ mogelijk. Meer als een Philips Hue dan een dimmerschakelaar, dus. Het ‘kleurenspectrum’ van motivatie gaat volgens Ryan en Deci van verschillende tinten extrinsieke motivatie naar intrinsieke motivatie. Om te bepalen waar in dit spectrum iemand zit, moet je je afvragen door wie zijn/haar motivatie wordt gereguleerd. Is er sprake van controle door externen (de leraar, ouders, peers) of autonomie van de leerling?

Hoe motiveer je leerlingen? Het motivatiespectrum

Zoals je in afbeelding hierboven kunt zien, kun je verschillende soorten motivatie onderscheiden:

  • Amotivatie – De uitknop van motivatie. Er is geen controle door externen en geen autonome drijfveer om te leren vanuit de leerlingen.
  • Externe regulatie – De motivatie van leerlingen wordt gecontroleerd door concrete externe drijfveren zoals beloningen en straffen.
  • Geïntrojecteerde regulatie – De externe drijfveren komen nu van binnenuit. In plaats van beloningen en straffen gaat het nu om het voorkomen van schuldgevoelens.
  • Geïdentificeerde regulatie – De leerlingen zien het belang in van het leren. Het leren is nodig om persoonlijke doelen te halen.
  • Interne regulatie – Het belang van het leren is onderdeel geworden van de persoonlijkheid van de leerlingen.
  • Intrinsieke motivatie – Leerlingen leren vanuit eigen interesse, plezier en voldoening.

Focus op kwaliteit

Wat kun je hier als docent mee? De gedachte is: hoe autonomer de motivatie, hoe beter. Leerlingen die intrinsiek gemotiveerd zijn, voelen zich beter, stellen het leren minder uit, gebruiken betere leerstrategieën, spannen zich meer in om te leren, verwerken informatie beter en halen uiteindelijk hogere cijfers. Focus daarom niet op de mate waarin je leerlingen gemotiveerd zijn, maar op de kwaliteit van hun motivatie.

Probeer de autonomie van leerlingen zo veel mogelijk te ondersteunen – opleggen werkt niet – en controleer motivatie niet te veel met beloningen en straffen. Bedenk tegelijk wel dat niet alle leerlingen intrinsiek gemotiveerd zullen zijn voor jouw lesstof. Als je leerlingen geïdentificeerde regulatie of geïdentificeerde regulatie bereiken, dan ben je al goed bezig. Het hoeft dus niet slecht te zijn als je leerlingen extrinsiek gemotiveerd zijn. Zorg er alleen voor dat je handelingen vermijdt die externe regulatie en geïntrojecteerde regulatie (verder) in de hand werken.

Motivatie beïnvloeden

Als docent kun je deze kennis gebruiken om je leerlingen zo te begeleiden dat ze een motivatie van hogere kwaliteit bereiken. Deci en Ryan stellen dat focus op de psychologische gesteldheid van je leerlingen daarvoor de beste manier is. Ze beschrijven drie basisbehoeften: autonomie, competententie en verbondenheid.

Autonomie stimuleer je door bijvoorbeeld keuzes te bieden. Competentie bevorder je door je opdrachten te laten aansluiten bij het niveau van je leerlingen. Zorg dat de lesstof uitdagend genoeg, maar wel haalbaar voor je leerlingen is. Verbondenheid creëer je door een positieve relatie met je leerlingen op te bouwen. Spreek leerlingen aan in hun eigen taal en naar hun belevingswereld en wees oprecht geïnteresseerd in wat ze denken en doen. Dit betekent ook dat je duidelijk en eerlijk bent in de regels die je stelt.

Je kunt als docent dus zeker invloed uitoefenen op de motivatie van je leerlingen. Dit betekent ook dat je enige verantwoordelijkheid hebt voor de motivatie van je leerlingen. Onderdruk je de basisbehoeften? Wees dan niet verbaasd dat je leerlingen niet werken zoals je zou willen. Werken ze wel goed? Geef jezelf dan ook vooral een schouderklopje.

Werkt deze theorie?

De zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci is een theorie. Er is veel wetenschappelijk bewijs voor gevonden, maar er wordt ook nog onderzoek gedaan. Er zijn namelijk ook andere motivatietheorieën waar wetenschappelijk bewijs voor is gevonden. Het complete recept voor gemotiveerde leerlingen bestaat dus nog niet. Wat werkt goed in jouw lessen? Past dit binnen de zelfdeterminatietheorie of niet? Deel het in een reactie hieronder. Ik ben heel benieuwd!

Print Friendly, PDF & Email

Over de auteur:

Ebbo Bulder
Hoe ontwerp je een interessante en kwalitatief goede les? De theorie vertalen naar de praktijk is waar ik mij als onderwijskundige het liefste mee bezig houd.

Laat een reactie achter

Privacyinstellingen

Pas je privacyinstellingen aan of bekijk ons privacybeleid. Je kunt ook direct alle cookies accepteren.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen