‘Werkdruk, een veelkoppig monster in het onderwijs’, ‘Tachtig procent van docenten heeft last van hoge werkdruk’ en ‘Negenduizend leraren nodig werkdruk onderwijs normaliseren’, dit zijn zomaar een paar koppen uit de krant van afgelopen maand. Werkdruk dus. Paradoxaal genoeg bestaan er zelfs cursussen hoe om te gaan met werkdruk. Nu ik een half jaar eruit ben geweest, vraag ik me af waar we ons zo druk over maken. We zijn niet zo belangrijk en onvervangbaar als we denken, maar (om een collega te citeren): ‘we proberen wel het verschil te maken’. Wordt de werkdruk in het onderwijs dan misschien opgeblazen? Nee, absoluut niet! Het baart me zorgen als ik zie hoeveel van mijn collega’s op dit moment op hun tenen lopen. De emmer zit overvol!

Laat ik beginnen te vertellen dat ik het weer fantastisch vond om voor de klas te staan. Ik was als een vis in het water, beseffend dat ik dit een half jaar had gemist. Dat geldt ook voor mijn collega’s, die vinden het net als ik, heerlijk om met leerlingen aan de slag te gaan. Maar waarom zit die emmer dan zo vol? Waarom hebben we het zo druk? Hoort het er niet gewoon bij: zeggen dat je het druk hebt? Of wordt het van ons ‘verwacht’ druk te zijn? Hoe komt het dat het percentage burn-outs zo hoog is in het onderwijs (maar liefst 20%!)? Daaruit voortvloeiende vragen zijn: waarom werken we zo hard? En voor wie doen we dat? Worden we misschien gelukkig van hard werken? Als dat zo zou zijn, waarom klagen we dan? En als we er niet gelukkig van worden: waarom doen we er dan niks aan?

Die laatste vraag is erg cruciaal. Als we werkelijk allemaal op onze tenen lopen, waarom doen we er dan niks aan? Jelmer Evers riep vorig jaar in de NRC op om te gaan staken, maar dat haalde niets uit. Ook het LIA (Leraren In Actie) voerde op 5 oktober actie, maar de opkomst was minimaal. Hoe komt dat toch? Waarom zijn docenten van die brave, loyale en lamme schapen die maar ‘ja en amen’ blijven zeggen? Kom op mensen! We proberen onze eigen leerlingen op te leiden tot kritische burgers. Waar is het goede voorbeeld? Ik denk niet dat een kritische houding bij de gemiddelde docent ontbreekt, maar de passieve houding die we daarbij aannemen zorgt voor een contradictie. We houden de werkdruk daarmee namelijk zelf in stand.

Natuurlijk kunnen we met onze vinger naar de overheid of naar het schoolbestuur wijzen, maar heeft dat zin? Sander Dekker lijkt op dit punt de beroerdste niet: in het programma De Monitor geeft hij docenten een vrijbrief de administratieve rompslomp te laten voor wat het is, mits het goed gegrond is. Het probleem is alleen dat we dát juist niet durven doen. Toch zijn er docenten die het heft in eigen hand nemen, zoals Jelmer Evers en René Kneyber die samen twee ‘Alternatieven’ voor het onderwijs schreven. In deze boeken vind je verschillende voorbeelden en handvatten hoe we de werkdruk zouden kunnen verminderen. Maar wat zien we daar van terug in het plan Onderwijs2032? Helemaal niets. De uitzending van Zondag met Lubach over Onderwijs 2032 is komisch bedoeld, maar het raakt wel degelijk een pijnpunt. Want wat verandert er nu werkelijk door dit plan? In mijn ogen zal de werkdruk er in ieder geval niet minder om worden.

Dus: willen we verandering, dan moeten we gaan veranderen! Daarom een dringende oproep aan alle docenten die voelen dat het allemaal te veel is: durf nee te zeggen! Ben kritisch en strijd als het erop aankomt voor minder lesuren. Blijf daarnaast vooral doen waar we energie van krijgen, en dat is vrijwel bij iedereen: lesgeven!

Print Friendly, PDF & Email