Leerlingen krijgen vaak de opdracht om presentaties, posters of filmpjes te maken waarin ze laten zien wat ze geleerd hebben. Naast vakkennis, ontwikkelen leerlingen zo ook bijvoorbeeld presentatie- of samenwerkingsvaardigheden. Bij het uitvoeren van zo’n opdracht doorlopen leerlingen de vier fasen van het creatieve proces: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, en evalueren. Wat kun je als docent doen om dit proces goed te begeleiden? In deze blog duiken we in de eerste fase: oriënteren.

Een origineel bouwwerk

In de oriëntatiefase gaan leerlingen het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken verkennen. Zowel hun kennis over het onderwerp, als hun fantasie, gevoelens en ervaringen spelen hierbij een rol. Het doel van deze fase is divergeren: zo veel mogelijk verschillende ideeën opdoen. Deze ideeën vormen de bouwstenen waarmee leerlingen later hun opdracht gaan maken. Hoe meer verschillende soorten bouwstenen de leerlingen verzamelen, hoe origineler het uiteindelijke bouwwerk zal zijn.

Ruimte voor invalshoeken

Hoe kun je leerlingen in de oriëntatiefase op weg helpen? Een goede start begint met een goede opdracht. Zorg ervoor dat er in de opdracht voldoende ruimte is voor verschillende invalshoeken. Met de vragen hieronder check je snel hoeveel ruimte je opdracht daarvoor geeft. Hoe meer vragen je met ‘ja’ beantwoordt, hoe invalshoeken er mogelijk zijn.

  • Zijn er meer goede uitwerkingen van de opdracht mogelijk?
  • Kunnen leerlingen hun eigen interesses te gebruiken bij de opdracht?
  • Speelt de opdracht in op de belevingswereld van de leerlingen?
  • Heeft de uitwerking van de opdracht nog een ander doel naast leren (maatschappelijk, wetenschappelijk, etc.)?

Een voorbeeld van een opdracht met veel mogelijke invalshoeken: Ontwerp een poster waarmee je aandacht richt op een probleem op school dat jij graag wilt oplossen. Presenteer de poster over drie weken in de kantine. Verzamel tijdens de presentatie zes verschillende reacties van leerlingen en twee reacties van leraren op jouw poster.

Belevingswereld

Wat maakt de opdracht echt interessant? Probeer in te spelen op de belevingswereld van de leerlingen wanneer je de opdracht introduceert. Gaan ze een affiche maken? Bespreek dan niet eerst hoe je een lettertype kiest, maar laat verschillende voorbeelden zien. Wat zeggen de voorbeelden, wat stralen ze uit? Dit motiveert leerlingen om zich breed te oriënteren en ook hun fantasie, gevoelens en ervaringen te gebruiken.

Ervaringen

Oriënteren is meer dan voorkennis activeren. Je kunt ook waardevolle ervaringen creëren voor de leerlingen. Neem leerlingen mee op excursie naar een museum, nodig sprekers uit in de klas, laat leerlingen een expert interviewen of een film kijken over het onderwerp. Deze ervaringen kunnen leerlingen als bouwstenen gebruiken voor hun uiteindelijke product.

Jouw rol in de oriëntatiefase

Stimuleer leerlingen vooral om veel verschillende ideeën te verzamelen. Stel je oordeel over de kwaliteit daarvan nog even uit. Leerlingen reageren op jouw oordeel door de volgende keer hun eigen ideeën van tevoren streng te selecteren. Hierdoor beperk je indirect de mogelijke producten die leerlingen gaan ontwikkelen. Als jouw leerlingen dat nodig hebben, kun je wel extra structuur bieden. Bij de posteropdracht kun je bijvoorbeeld helpen door te zeggen: maak een lijst van vijf onderwerpen waarover je een poster wil maken.

Wat doe jij om je leerlingen te begeleiden bij het oriënteren? Deel het in de reacties onder deze blog.

Print Friendly, PDF & Email