Mythes en misverstanden over pubers #5: ze zijn niet gemotiveerd

De ongemotiveerde, achteroverleunende puber die niet wil werken voor zijn toekomst; het is een hardnekkig beeld van mijn favoriete leeftijdsgroep. Tijd om dit misverstand eens grondig onder de loep te nemen. Hoe gedemotiveerd zijn onze puberleerlingen nu echt? En wat kun je als docent doen om meer motivatie te triggeren?

Soorten motivatie

Uit psychologisch onderzoek blijkt al jaren dat er verschillende soorten motivatie bestaan. Zo is er motivatie die van buitenaf wordt gevoed, bijvoorbeeld door beloningen, straffen, normen en waarden. Een leerling komt bijvoorbeeld niet graag te laat, want nablijven is vervelend. Daarbij is het de norm om op tijd te zijn. Ook interne processen kunnen bijdragen aan motivatie. Dat kunnen emoties of overtuigingen zijn. Een leerling is misschien bang voor een gênante situatie als hij te laat een lokaal inloopt waar alle klasgenoten toekijken hoe hij gaat zitten.

Dit werkt natuurlijk allemaal ook in positieve zin: leerlingen laten zich bijvoorbeeld motiveren door extra punten op het rapport wanneer ze hun huiswerk altijd afhebben, en ze vinden het fijn om later trots te kunnen zijn op hun werk.

Welke motivatie werkt?

De meest effectieve vorm is intrinsieke motivatie. Er is dan niets van buitenaf dat de leerling motiveert; de leerling vindt de taak zelf zo plezierig dat er niets anders nodig is om ermee aan de slag te gaan. Als docent probeer je natuurlijk altijd om de lessen en opdrachten zo aan te bieden, dat leerlingen deze vorm van motivatie gaan voelen. Maar school is verplicht en laat vaak weinig ruimte voor eigen keuzes van leerlingen.

Een prima plan B is het triggeren van instrumentele motivatie: motivatie die gericht is op het bereiken van doelen. Soms willen leerlingen zó graag een doel bereiken, dat dit genoeg is om aan het werk te gaan. Welke leerling wil nu niet overgaan naar de volgende klas, school afmaken of met een mooi rapport thuiskomen?

Pubers en motivatie

Je zou het misschien niet zeggen, maar de vorm van motivatie die op normen en waarden is gebaseerd, is juist in de puberteit van bijzonder sterke invloed. Zoals ik eerder al beschreef, gelden de normen en waarden van de eigen leeftijdsgroep hierbij het sterkst. Wat betreft de andere vormen van motivatie; die zijn bij pubers niet zo anders dan bij andere leeftijdsgroepen. Pubers zijn dus helemaal niet per se een moeilijk te motiveren leeftijdsgroep. Als volwassenen iets verplicht wordt wat ze echt niet leuk vinden, zijn ze net zo moeilijk te motiveren. Het grote verschil is dat een volwassene een stuk meer vrijheid heeft om zelf activiteiten te kiezen, terwijl een puber leerplichtig is.

Soms moet je pubers wat beter kennen om hun motivatie te zien. Een klein gedachte-experiment: hoeveel leerlingen kun je je herinneren die een heel duidelijk doel hadden en daar supergemotiveerd voor waren? Qua schoolvakken, sport, muziek of wat dan ook? Als je zó een paar namen uit je mouw schudt, zit je goed. Dan heb je de unieke, gemotiveerde personen onder het ‘Frans-is-stooohooom’ echt leren kennen!

Toekomst

Pubers zijn wél lastiger te motiveren op basis van beloningen in een verre toekomst. Niet omdat die toekomst hen niet kan schelen, maar omdat ze zich er simpelweg geen beeld van kunnen vormen. Alweer ga ik met de vinger wijzen naar de aanstichter van vele moeilijkheden voor pubers: de prefrontale cortex. Die is bij pubers nog niet af, wat er onder andere voor zorgt dat ze zich de toekomst niet goed kunnen voorstellen.

Als docent kun je leerlingen op twee manieren helpen. Ten eerste kun je zorgen voor gevolgen op de kortere termijn. Bijvoorbeeld door elke les een kleine beloning te verbinden aan een korte overhoring. Dit sluit veel beter aan bij puberhersenen dan alleen een grote toets aan het eind van de periode. Ten tweede kun je leerlingen helpen bij hun beeldvorming van de toekomst. We kunnen de hersenen een klein beetje forceren door bewust het gesprek aan te gaan over hoe dingen straks zullen zijn. Stel je voor dat je straks een voldoende hebt, hoe voel je je dan? Wat voor rapport heb jij nodig om tevreden te zijn? Wat kun je vandaag nog doen om te zorgen dat je aan het eind van het jaar overgaat? En morgen? En volgende week?

Motivatie is bij pubers soms dus lastiger te triggeren vanwege verplichtingen én vanwege de hersenen die nog in ontwikkeling zijn. Gelukkig kunnen we als docenten spelen met de verschillende soorten motivatie en rekening houden met het puberbrein.

In mijn volgende blog vertel ik hoe we als docenten gebruik kunnen maken van de rijke gedachtestroom van onze leerlingen. Wil je voor die tijd meer weten over mijn werk? Ga dan naar www.flowhuiswerk.nl.

Print Friendly, PDF & Email

Over de auteur:

Florianne Sollie
Ik ben eigenaar en docent bij FloW Huiswerkbegeleiding in Utrecht. Ik help leerlingen op een persoonlijke manier verder, door hen de vaardigheden, de motivatie en het zelfvertrouwen dat ze nodig hebben, te geven. Al bijna tien jaar zie ik dagelijks in mijn werk hoe belangrijk vaardigheden zijn om kennis te vergaren én toe te passen. Wil je meer weten over mijn werk? Volg dan de Tumult-blog of kijk op www.flowhuiswerk.nl.

Laat een reactie achter

Privacyinstellingen

Pas je privacyinstellingen aan of bekijk ons privacybeleid. Je kunt ook direct alle cookies accepteren.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen