Docentenissues #2: Help! Ik moet een berg toetsen nakijken

Herken je dat? Een stapel proefwerken ligt je aan te staren om nagekeken te worden en als je even niet oplet, lijkt die stapel als vanzelf te groeien. In deze blog daarom een aantal tips voor de (beginnende) docent om sneller na te kijken, gevolgd door tips om ‘pedagogisch verantwoord’ na te kijken.

Tips voor snel(ler) nakijken

1. Toets (gedeeltelijk) digitaal
Er zijn tegenwoordig legio mogelijkheden om digitaal te toetsen (zoals Google formulieren). Dit scheelt je letterlijk én figuurlijk een hoop papierwerk. Ten eerste hoef je niet meer bij het kopieerapparaat te staan, wat jou een hoop tijd scheelt en de natuur een hoop bomen. Ten tweede wordt alles automatisch voor je nagekeken. Dit geldt tot nu toe met name voor vragen waarop maar één antwoord mogelijk is, zoals multiple choicevragen, invulvragen, waar/niet waar vragen etc. Voor open vragen wordt het iets lastiger, maar dat is dan ook het enige wat je nog na hoeft te kijken.

2. Oefening per oefening
Je kunt er natuurlijk voor kiezen om per leerling een toets na te kijken. Nadeel daarvan is dat je je telkens opnieuw moet ‘verdiepen’ in elke oefening. Ik probeerde altijd zoveel mogelijk oefening per oefening na te kijken. Dus: eerste alle oefeningen A van alle leerlingen, dan alle oefeningen B etc. Het gaat niet alleen sneller omdat je alle antwoorden in je hoofd hebt, je blijft ook consequenter in de manier van nakijken. Daardoor blijf je meteen objectiever.

3. Verminder het aantal toetsen
Waarschijnlijk staat het aantal SO’s en proefwerken bij jou in de sectie al vast. Maar waarom zou je een aantal SO’s niet vervangen door een paar quizzen van tijd tot tijd? Belangrijk is, om je te bedenken wat je doel precies is met een SO. Waarschijnlijk wil je dat de leerlingen de stof leren. Als dat het belangrijkste doel is, kun je die SO makkelijk vervangen door een quiz. Grote kans dat de leerlingen ook nog een stukje gemotiveerder zijn om ervoor te leren. Waarom? Met een digitale quiz, zoals in Kahoot, Socrative of Nearpod, kun je zien hoe je gescoord hebt ten opzichte van je klasgenoten én je krijgt directe feedback. Dankzij de optie om een rapportage te maken van de resultaten, heb je eventueel ook altijd nog de mogelijkheid een cijfer of woordbeoordeling (voldoende, goed etc,) te verbinden aan de uitslag. Tip: kijk op edutrainers.com voor online leerpaden over deze tools.

Stapel toetsen om na te kijken

Foto: Bill Keaggy

Tips voor pedagogisch-didactisch nakijken

1. Leerlingen elkaars of hun eigen werk laten nakijken
Dat kan nooit goed gaan? Zeker wel! Leerlingen zijn misschien nog wel preciezer. Ik liet leerlingen een keer elkaars so nakijken tijdens de les. We liepen samen per onderdeel de goede antwoorden langs. Vragen zoals: ‘Mevrouw, hij vergat een streepje op de A, moet ik hier nou een heel of een half punt voor rekenen?!’ kwamen om de tien seconden op me af. Ik zag hier duidelijk een dubbel voordeel: leerlingen kregen beter inzicht in hoe zwaar hun fouten wegen en hoe hun cijfer tot stand komt en het scheelde mij eerlijk gezegd nakijkwerk. En nog belangrijker: waar leerlingen normaal gesproken snel een blik op hun cijfer wierpen en daarna de so bij het oud papier gooiden, waren ze nu intensief bezig met het leren van hun fouten.

2. Onderstrepen in plaats van doorstrepen
Nog een manier om leerlingen van hun fouten te laten leren: onderstreep tijdens het nakijken de fouten die de leerling maakt en laat leerlingen de fouten verbeteren bij het teruggeven van de toets.

3. Rood = groen
Ja hoor daar is ie! Rood heeft iets negatiefs (kijk maar naar verkeersborden: pas op! gevaar!?) terwijl groen met positiviteit geassocieerd wordt (groen stoplicht). Op de lerarenopleiding werden wij geadviseerd met groen na te kijken in plaats van met rood. Toch is rood nog steeds de gangbare kleur voor nakijken. Probeer ’t eens met een ander kleurtje. Baat het niet dan schaadt het niet. Tenzij groen straks het nieuwe rood wordt natuurlijk… 😉

4. Punten tellen ≠ fouten tellen
Het aantal goede antwoorden tellen is hetzelfde als het aantal fouten antwoorden tellen? Toch niet! Het is hetzelfde principe als het glas halfvol of halfleeg zien: of je kiest ervoor het positief te bekijken en te kijken naar wat een leerling al wél kan, of je kiest ervoor iemand alleen op zijn fouten te wijzen. Nu denk je misschien: als leerlingen voldoende geleerd hebben, ben ik langer bezig met punten tellen dan met fouten tellen. Maar dat los je natuurlijk simpel op door het aantal fouten van het maximaal te behalen aantal punten af te trekken.

Tot slot nog een paar algemene open deuren: zorg dat je het nakijkwerk bijhoudt en maak gebruik van ‘verloren’ momenten, zoals bijvoorbeeld in de trein, om na te kijken. Zorg dat je uitgerust bent en tel goed de punten – anders heb je extra werk aangezien leerlingen graag alles natellen en je bij een gevonden foutje het punt weer moet veranderen. En: maak het leuk! Spreek met je collega’s af en zet er een pot thee met wat lekkers bij. Succes met nakijken!

Print Friendly, PDF & Email

About the Author:

Veerle van Pinxteren
Als ontwikkelaar van lesmateriaal en consultant, ben ik ook vooral benieuwd hoe je materiaal in de praktijk kunt gebruiken. Met een achtergrond als docent kan ik me meestal inbeelden of iets wel of niet zal werken. In mijn blogs probeer ik dan ook de vertaalslag naar de praktijk te maken. Maar: de ervaring zal het leren! Dus heb je iets uit de blogs uitgeprobeerd en werkt het wel/toch niet? Laat het me weten! www.ontwerpkracht.com

3 Comments

  1. Rob Alberts 16 december 2014 at 09:01 - Reply

    Bedankt voor je tips!

    De groene pen ga ik meteen aanschaffen.

    Vriendelijke groet,

  2. Veerle 16 december 2014 at 10:04 - Reply

    Wat leuk Rob! Succes met nakijken:)

  3. Ko Allewijn 19 december 2014 at 12:31 - Reply

    Goede tips Veerle, mag ik als ervaren docent wel opmerken. Punten geven is is niet alleen positiever [ ik hoorde regelmatig in de lerarenkamer de collega’s van de sectie wiskunde discussiëren over ‘hoeveel fouten is 1 punt’ en ook leerlingen kwamen regelmatig met zo’n vraag ‘Hoeveel fouten per punt rekent u?’] maar sluit ook beter aan bij de praktijk van de eindexamens bv. waar al sinds jaar en dag – ook op de opgavenbladen – staat vermeld wat het maximum aantal punten per vraag is.
    Bij werkstukachtige opdrachten gaf ik leerlingen vooraf een schema (structuur van de te verwachten uitwerking) waarbij ik per onderdeel het maximum aantal punten vermeldde.

Leave A Comment